| Waardebepaling |
|
De waarde wordt bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Er zijn verschillende taxatiemethodieken die worden toegepast;
De bepaalde waarde geldt dan voor het gehele WOZ-tijdvak. In de oorspronkelijke wet gold: als er een wijziging optrad aan het object gedurende het tijdvak werd de waarde opnieuw bepaald. De waarde gold dan ingaande het jaar na het tot stand komen van de wijziging. De wijziging moest wel groter zijn dan 5% van de oude waarde, met een minimum van € 11.345, of moest groter zijn dan € 113.445. Dit was artikel 19 van de wet, maar dit artikel is per 1 januari 2007 komen te vervallen omdat er sindsdien elk jaar een nieuwe waarde wordt vastgesteld. De gemeente maakt de waarde kenbaar aan de belanghebbende door middel van een voor bezwaar vatbare beschikking. Dit gebeurt normaliter tegelijkertijd met het verzenden van de OZB-aanslag, in de eerste acht weken van het jaar. Binnen zes weken na dagtekening van de beschikking kan de belanghebbende bezwaar maken tegen de vastgestelde waarde. In 2008 diende 3,5% van de ontvangers van een woz-beschikking een bezwaar in. De gemeente beoordeelt de situatie opnieuw en doet uiterlijk op 31 december uitspraak. Als de belanghebbende het hiermee niet eens is kan hij of zij beroep aantekenen bij de rechtbank. Daarna staan nog de beroepmogelijkheid bij het Gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad open. Men dient zich te realiseren dat de WOZ-waarde een grondslag is voor de OZB, waterschapsheffing en de inkomstenbelasting. Wie het niet met de waarde eens is, zal dus tegen de WOZ-beschikking bezwaar moeten maken (binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag/beschikking). Bezwaar tegen latere aanslagen op grond van de WOZ-waarde zal niet ontvankelijk worden verklaard. De waarde kan ondanks een niet-ontvankelijk verklaring nog wel worden verlaagd, maar alleen als blijkt dat de waarde meer dan 20% en tenminste € 5.000 lager had moeten zijn. Is de waarde dus te hoog vastgesteld en maakt men geen bezwaar, dan zit men voor het gehele jaar aan de (te) hoge waarde vast. |