De waarde van een onroerende zaak dient in het kader van de Wet WOZ te worden bepaald naar de waarde die de onroerende zaak op de waardepeildatum had en naar de situatie waarin de onroerende zaak zich op die datum bevond. Dit is slechts anders wanneer er tussen de waardepeildatum en het begin van het heffingstijdvak zich wijzigingen hebben voorgedaan in de zin van bouw, verbouw, wijziging van bestemming, verbetering, afbraak, etc. In deze situatie wordt als toestandsdatum het begin van het heffingstijdvak gehanteerd. In beginsel is de toestandsdatum derhalve gelijk aan de waardepeildatum tenzij bovenstaande wijzigingen zich in de tussenliggende periode hebben voorgedaan. Gemeenten zijn verplicht om de toestandsdatum, wanneer als toestandsdatum wordt afgeweken van de waardepeildatum, af te drukken op het beschikkingsbiljet.
|